12 juni 2026
Na ongeveer twee jaar intensief studeren, vliegen en trainen in simulatoren komt er voor studenten van de KLM Flight Academy een einde aan hun opleiding. Zij hebben hun theorie-examens behaald, vliegvaardigheden ontwikkeld en geleerd om binnen een meerkoppige cockpit samen te werken. Toch betekent het behalen van het diploma niet dat een afgestudeerde direct volledig zelfstandig een verkeersvliegtuig bestuurt.
De overgang van vliegschool naar luchtvaartmaatschappij bestaat uit verschillende trainingen, controles en praktijkvluchten. Daarna begint een loopbaan waarin een vlieger kan wisselen tussen Europese en intercontinentale routes, kan doorgroeien van second officer of first officer naar gezagvoerder en eventueel aanvullende functies kan vervullen als instructeur of examinator.
Afstuderen met een frozen ATPL
Na het succesvol afronden van de KLM Flight Academy beschikt een student over de brevetten en bevoegdheden die nodig zijn om als beginnend verkeersvlieger aan de slag te gaan. Daaronder vallen onder meer een Commercial Pilot Licence, een meermotorige instrumentbevoegdheid, een Multi Crew Co-operation-certificaat en een typerating voor een verkeersvliegtuig.
Daarnaast heeft de afgestudeerde een zogenoemde frozen Airline Transport Pilot Licence, meestal afgekort tot frozen ATPL. Dat betekent dat de vlieger de vereiste ATPL-theorie heeft afgerond, maar nog niet over alle vliegervaring beschikt die nodig is voor een volledig ATPL.
Het volledige ATPL is uiteindelijk nodig om als gezagvoerder van een groot commercieel verkeersvliegtuig te kunnen optreden. De beginnende vlieger moet daarvoor eerst voldoende vlieguren en operationele ervaring opbouwen. Afstuderen is dus niet het eindpunt van de ontwikkeling, maar het begin van een nieuwe fase waarin kennis uit de opleiding in de dagelijkse praktijk wordt toegepast.
Doorstromen naar KLM
De KLM Flight Academy is de preferred supplier van KLM. Volgens de informatie die de academie in 2026 publiceert, worden dat jaar tachtig studenten opgeleid tot verkeersvlieger. Na afronding van de opleiding kunnen afgestudeerden doorstromen naar KLM als second officer op de Boeing 777 of 787, of als first officer op de Embraer 170.
De actuele vacature-informatie van KLM formuleert de mogelijke start iets breder. Een nieuwe KLM-vlieger begint, afhankelijk van de productievraag, als second officer op een widebodytoestel of als first officer op een vliegtuig dat binnen het Europese netwerk wordt gebruikt. KLM bepaalt welke plaatsing een nieuwe vlieger krijgt.
Een afgestudeerde kan dus niet zelf garanderen op welk vliegtuigtype of routenetwerk hij of zij begint. De indeling is afhankelijk van de behoefte aan vliegers binnen de verschillende onderdelen van de operatie. Factoren zoals vlootplanning, beschikbare trainingscapaciteit, groei of krimp van bepaalde routes en personeelsbezetting kunnen daarbij een rol spelen.
De academie geeft aan dat afgestudeerden doorgaans binnen afzienbare tijd na de opleiding bij KLM kunnen beginnen. Wanneer er toch een wachttijd ontstaat, zorgt de KLM Flight Academy ervoor dat de vliegvaardigheden van afgestudeerden actueel blijven. Ook kan er ruimte zijn om na de vliegopleiding verder te studeren voordat iemand in de cockpit begint.
De eerste opleiding binnen KLM
Voordat een nieuwe vlieger daadwerkelijk met passagiers gaat vliegen, volgt eerst een opleiding binnen de luchtvaartmaatschappij. Ook iemand die bij de KLM Flight Academy al een typerating heeft behaald, moet leren werken volgens de operationele procedures van KLM.
Tijdens deze overgangstraining maakt de vlieger kennis met onderwerpen zoals de bedrijfsprocedures, veiligheidsregels, vluchtvoorbereiding, communicatie, cabinecoördinatie en de manier waarop binnen KLM beslissingen worden genomen. Ook wordt aandacht besteed aan Crew Resource Management, waarbij samenwerking, leiderschap, communicatie en het omgaan met werkdruk centraal staan.
Europese regelgeving verplicht luchtvaartmaatschappijen om nieuwe bemanningsleden een operator conversion training te laten volgen voordat zij zelfstandig binnen de operatie worden ingezet. Ook daarna moeten verkeersvliegers regelmatig trainingen en controles volgen. De in maart 2026 bijgewerkte EASA-regels bevatten onder meer bepalingen voor operator conversion training, recurrent training, proficiency checks en controles tijdens normale vluchtuitvoering.
Een belangrijk deel van de eerste opleiding vindt plaats in een full-flight simulator. Daarin oefent de nieuwe vlieger zowel normale vluchten als situaties die in een echt vliegtuig niet bewust kunnen worden nagebootst. Denk aan een motorstoring, brandmelding, problemen met belangrijke systemen, zeer slecht weer of een afgebroken start.
Het doel is niet alleen om te controleren of iemand de juiste technische handelingen uitvoert. Instructeurs beoordelen ook of de vlieger overzicht houdt, prioriteiten stelt, procedures correct toepast en effectief samenwerkt met de andere cockpitbemanningsleden.
De eerste lijnvluchten
Na het succesvol afronden van de theoretische opleiding en simulatortraining volgt de praktische introductie in de dagelijkse operatie. De beginnende vlieger maakt dan echte commerciële vluchten onder begeleiding van speciaal daarvoor bevoegde instructeurs.
Deze periode wordt vaak line training genoemd. Tijdens deze vluchten leert de vlieger hoe de procedures uit de handleidingen en simulatortraining in de werkelijkheid worden toegepast. Een normale werkdag bestaat immers uit meer dan alleen opstijgen en landen. De bemanning moet rekening houden met weersomstandigheden, vertragingen, technische bijzonderheden, luchtverkeersleiding, brandstofplanning, passagierssituaties en samenwerking met cabine- en grondpersoneel.
Een beginnende vlieger krijgt geleidelijk meer verantwoordelijkheid. De instructeur blijft beschikbaar om in te grijpen, feedback te geven en te beoordelen of de nieuwe collega op het vereiste niveau functioneert. Na voldoende trainingsvluchten volgt een beoordeling. Wanneer die positief wordt afgesloten, kan de vlieger als volledig operationeel bemanningslid worden ingezet.
Ook daarna is de ontwikkeling niet voltooid. De eerste jaren staan in het teken van ervaring opbouwen, verschillende luchthavens leren kennen en steeds beter leren omgaan met situaties die niet precies volgens het oorspronkelijke plan verlopen.
Beginnen als second officer
Een deel van de afgestudeerden begint als second officer op een intercontinentaal toestel, zoals de Boeing 777 of 787. Een second officer maakt deel uit van een cockpitbemanning die doorgaans uit drie of meer vliegers bestaat. Dit komt vooral voor op lange vluchten, waarop de bemanningsleden elkaar vanwege de maximale werk- en rusttijden tijdens de vlucht afwisselen.
De second officer ondersteunt de captain en first officer en vervult tijdens delen van de vlucht taken in de cockpit. De precieze taakverdeling is afhankelijk van de vluchtfase, het vliegtuigtype en de operationele procedures.
Een KLM-vlieger die na de academie als second officer op de Boeing 777 begon, beschreef dat hij na interne trainingen bevoegd werd om zowel op de Boeing 777 als de Boeing 787 te vliegen. Hij benadrukte dat een second officer niet alleen observeert, maar vanuit zijn positie overzicht kan houden en een waardevolle bijdrage aan het team kan leveren.
De periode als second officer is belangrijk voor het opbouwen van ervaring in de intercontinentale operatie. De vlieger leert omgaan met lange vluchten, grotere bemanningen, complexe bestemmingen, tijdzoneverschillen en situaties waarin gedurende vele uren vooruit moet worden gepland.
Tegelijkertijd is de rol anders dan die van een first officer die op Europese vluchten veel starts en landingen uitvoert. Een intercontinentale vlieger maakt door de langere vluchtduur doorgaans minder starts en landingen per maand, maar krijgt te maken met andere operationele uitdagingen.
Beginnen als first officer
Andere nieuwe vliegers beginnen direct als first officer op een toestel binnen het Europese netwerk, bijvoorbeeld bij KLM Cityhopper. KLM Flight Academy noemt in haar actuele informatie de Embraer 170 als mogelijke eerste plaatsing. KLM spreekt zelf algemener over een start als first officer op een Europatoestel.
Een first officer wordt in het Nederlands ook wel copiloot genoemd. Die term kan de indruk wekken dat de first officer slechts een assistent van de gezagvoerder is, maar dat is niet juist. De captain draagt de eindverantwoordelijkheid, maar beide vliegers zijn volledig gekwalificeerd om het toestel te besturen.
Tijdens een vlucht worden de rollen verdeeld tussen de Pilot Flying en de Pilot Monitoring. De Pilot Flying bestuurt het vliegtuig en leidt de uitvoering van de vlucht. De Pilot Monitoring controleert systemen en procedures, onderhoudt vaak de communicatie en bewaakt de handelingen van de andere vlieger. Captain en first officer kunnen deze rollen per vlucht of vluchtdeel afwisselen.
Vliegen binnen Europa betekent meestal meerdere vluchten op één werkdag. Een vlieger kan daardoor relatief veel starts, naderingen en landingen uitvoeren. Ook moet de bemanning regelmatig binnen korte tijd nieuwe weersinformatie, brandstofberekeningen en operationele bijzonderheden verwerken.
Europese vluchten kunnen korter zijn dan intercontinentale vluchten, maar zijn niet noodzakelijk eenvoudiger. Drukke luchthavens, snelle wisselingen tussen vluchten, beperkte overstaptijden en veranderlijk weer kunnen de werkdruk aanzienlijk verhogen.
Wisselen tussen Europese en intercontinentale routes
KLM geeft aan dat vliegers gedurende hun carrière de mogelijkheid hebben om zowel korte als lange afstanden te vliegen. De regels voor deze loopbaanbewegingen zijn vastgelegd in de Regeling Vlieger Loopbaan, die deel uitmaakt van de cao voor KLM-vliegers op vleugelvliegtuigen.
Dat betekent dat iemand die als second officer op een widebody begint later kan doorstromen naar een functie als first officer binnen de Europese operatie. Andersom kan een vlieger die op Europese routes begint later overstappen naar een intercontinentaal vliegtuig.
Een overstap naar een ander vliegtuigtype vereist opnieuw een opleiding. De vlieger moet de systemen en procedures van het nieuwe toestel leren en een bijbehorende type- of conversietraining succesvol afronden. Ook simulatorcontroles en begeleide lijnvluchten maken doorgaans deel uit van de overgang.
Hoe snel iemand kan overstappen, hangt niet uitsluitend af van persoonlijke voorkeur. Ook diensttijd, beschikbare vacatures, vlootbehoefte en de afspraken in de loopbaanregeling zijn van invloed. Daardoor is het moeilijk om vooraf een exact aantal jaren aan een bepaalde functie te koppelen.
Het voorbeeld van de KLMFA-afgestudeerde die begon als second officer op de Boeing 777 laat zien hoe zo’n stap eruit kan zien. Na ruim vier jaar intercontinentaal vliegen stond hij op het punt om naar KLM Cityhopper over te stappen en daar als first officer verder te gaan. Dat is een individuele ervaring en geen vaste tijdlijn voor iedere nieuwe vlieger.
Doorgroeien naar gezagvoerder
Voor veel vliegers is gezagvoerder, of captain, de belangrijkste volgende loopbaanstap. De gezagvoerder heeft de eindverantwoordelijkheid voor de veilige uitvoering van de vlucht. Dat betekent dat hij of zij uiteindelijk beslist wanneer er bijvoorbeeld twijfel bestaat over het weer, een technisch probleem, een passagierssituatie of de geschiktheid van een luchthaven.
Gezagvoerder worden vraagt daarom meer dan uitstekende technische vliegvaardigheid. Een captain moet leiderschap tonen, risico’s afwegen, de samenwerking binnen de gehele bemanning bewaken en ook onder druk duidelijk communiceren.
Een first officer kan pas worden bevorderd wanneer aan de vereiste ervaring, brevetvoorwaarden en interne criteria is voldaan. Daarnaast moet de vlieger een command course en bijbehorende beoordelingen succesvol afronden. Europese richtlijnen voor de overgang van copiloot naar gezagvoerder noemen onder meer training in de verantwoordelijkheden van de gezagvoerder en het aantonen van competentie als pilot-in-command.
De tijd die nodig is om captain te worden, staat niet vast. De snelheid van doorstromen wordt onder meer beïnvloed door het aantal beschikbare gezagvoerdersplaatsen, pensioneringen, vlootontwikkelingen, groei van de operatie en iemands positie binnen het loopbaansysteem.
Een vlieger kan bovendien eerst gezagvoerder worden op een toestel binnen het Europese netwerk en later doorgroeien naar een intercontinentaal vliegtuig. Voor iedere overstap gelden opnieuw opleidings- en ervaringsvereisten.
Een volledig ATPL behalen
Tijdens de eerste jaren bouwt de vlieger vlieguren en operationele ervaring op. Wanneer aan alle wettelijke eisen is voldaan, kan de frozen ATPL worden omgezet in een volledig ATPL.
Daarvoor is onder meer voldoende totale vliegervaring nodig, waaronder ervaring in meerpilotenoperaties, instrumentvliegen en relevante operationele rollen. Het verkrijgen van een volledig ATPL maakt iemand juridisch inzetbaar als gezagvoerder op een commercieel verkeersvliegtuig, maar geeft nog niet automatisch recht op een captainfunctie bij KLM.
De interne bevordering blijft afhankelijk van de beschikbare positie, de loopbaanregels en het succesvol afronden van de gezagvoerderstraining. Een volledig ATPL is dus een noodzakelijke formele stap, terwijl de benoeming tot captain een afzonderlijke professionele stap is.
Piloten blijven hun hele carrière trainen
Na de vliegopleiding verdwijnen examens en controles niet uit beeld. Verkeersvliegers moeten gedurende hun gehele loopbaan aantonen dat hun kennis en vaardigheden op peil blijven.
EASA-regels verplichten luchtvaartmaatschappijen tot terugkerende training en controles. Daarbij horen onder andere simulatortraining, technische kennis, noodprocedures, Crew Resource Management en periodieke beoordeling van de operationele vaardigheden. Ook de geschiktheid om normale, afwijkende en noodsituaties af te handelen wordt regelmatig getoetst.
Piloten oefenen in de simulator situaties die zij in de dagelijkse operatie mogelijk zelden of nooit meemaken. Juist omdat ernstige technische problemen niet vaak voorkomen, moeten de bijbehorende procedures regelmatig worden herhaald.
Daarnaast blijft een geldig medisch certificaat noodzakelijk. De vlieger moet periodiek medisch worden gekeurd om te mogen blijven vliegen. Leeftijd en persoonlijke omstandigheden kunnen invloed hebben op de frequentie en inhoud van deze keuringen.
De carrière van een verkeersvlieger bestaat daarmee uit een voortdurende cyclus van vliegen, trainen, evalueren en opnieuw aantonen dat aan de vereiste standaard wordt voldaan.
Nevenfuncties naast het vliegen
Niet iedere loopbaanontwikkeling draait om een groter vliegtuig of een hogere rang. KLM geeft aan dat vliegers naast hun reguliere vliegwerk ook als nevenfunctionaris actief kunnen worden, bijvoorbeeld als instructeur.
Een instructeur begeleidt nieuwe vliegers, geeft simulatortraining of ondersteunt collega’s die naar een ander vliegtuigtype overstappen. Ervaren vliegers kunnen zich daarnaast ontwikkelen tot examinator of beoordelaar. Zij moeten niet alleen zelf op hoog niveau functioneren, maar ook objectief kunnen vaststellen of een andere vlieger aan de vereiste standaard voldoet.
Andere nevenfuncties kunnen betrekking hebben op veiligheid, training, vlootontwikkeling, procedures of management. Een vlieger kan bijvoorbeeld meewerken aan het verbeteren van handleidingen, onderzoek doen naar operationele gebeurtenissen of betrokken zijn bij de introductie van een nieuw vliegtuigtype.
Deze functies bieden de mogelijkheid om ervaring uit de cockpit breder binnen de organisatie in te zetten. Tegelijkertijd blijven veel nevenfunctionarissen een deel van hun tijd vliegen, zodat zij verbonden blijven met de dagelijkse operatie.
De werkelijkheid van het beroep
De stap van student naar KLM-vlieger brengt veel nieuwe ervaringen met zich mee. Een beginnende piloot reist naar uiteenlopende bestemmingen, werkt met steeds wisselende collega’s en krijgt verantwoordelijkheid binnen een complexe internationale operatie.
Daar staan ook minder romantische kanten tegenover. Vliegers werken vroeg in de ochtend, ’s nachts, in weekenden en tijdens feestdagen. Bij intercontinentale vluchten moeten zij omgaan met tijdzoneverschillen en langere verblijven van huis. Binnen Europa kan juist het hoge aantal vluchten per werkdag voor een intensief rooster zorgen.
Een voormalig KLMFA-student vertelde dat het daadwerkelijke werk minder uitsluitend om het technisch besturen van het vliegtuig draait dan hij tijdens zijn opleiding verwachtte. In de praktijk gaat veel aandacht naar het managen van de vlucht en de samenwerking met cockpitbemanning, cabinepersoneel en medewerkers op de grond.
Dat onderstreept dat een verkeersvlieger niet alleen een goede bestuurder moet zijn. Het beroep vraagt ook om communicatie, flexibiliteit, discipline en het vermogen om iedere vlucht als team uit te voeren.
Een carrière zonder vast standaardschema
De globale route binnen KLM is duidelijk: een afgestudeerde begint als second officer of first officer, bouwt ervaring op, kan tussen Europese en intercontinentale operaties wisselen en kan uiteindelijk doorgroeien naar gezagvoerder. Daarnaast bestaan er mogelijkheden om instructeur, examinator of een andere nevenfunctionaris te worden.
De precieze route is voor iedere vlieger anders. De ene vlieger begint op een widebody en stapt later over naar Europa. Een ander start als first officer op een Embraer en kiest later voor een intercontinentaal toestel. Ook de tijd tot een bevordering of overstap kan sterk verschillen.
Na het behalen van de KLM Flight Academy begint daarom geen volledig voorspelbare carrièreladder, maar een loopbaan waarin persoonlijke voorkeuren, prestaties, ervaring en de behoefte van KLM samenkomen. Wat wel vaststaat, is dat leren nooit ophoudt. Van de eerste lijnvlucht als beginnend vlieger tot de verantwoordelijkheid als ervaren gezagvoerder blijven training, samenwerking en veiligheid de kern van het beroep.
Zet de theorie om in oefening
Bekijk per ronde van de selectie welke oefeningen en games erbij horen, en begin gericht met trainen.